Ik ben een beelddenker

Het is woensdagmiddag, we hebben de lunch net op. Stipt om 14.00 uur hoor ik de deurbel en als ik opendoe, staan daar Jade en haar moeder voor de deur voor de eerste sessie beelddenken. Moeder denkt dat Jade een beelddenker is. Ze kijkt me stralend aan en ik krijg gelijk heel veel zin om te beginnen. ‘Hoi’ zeg ik. ‘Kom erin’. Jade huppelt naar binnen, gooit haar jas over de stoel en loopt wat ijsberend door de kamer. Moeder gaat rustig zitten. ‘Ze heeft er veel zin in zoals je ziet’. Lachend kijk ik haar aan. Jade is een super enthousiast meisje, zorgzaam, creatief, leergierig en onderzoekend maar anderzijds ook zeer beweeglijk, druk en ogenschijnlijk ongeconcentreerd. ‘Kom je ook aan tafel zitten Jade?’ Ik zie haar verlangend naar mijn groene wand kijken en vertel haar: ‘Weet je dat echt iedereen die hier komt graag op mijn muur wil schrijven en tekenen? Alleen vind je moeder dit misschien minder leuk’. Lachend kijk ik haar moeder aan. ‘Als ze hier zijn geweest, willen ze thuis ook ineens zo’n wand’.
Ik maak nogmaals een armgebaar en inmiddels zitten we met zijn drieën aan tafel, Jade naast mij en haar moeder tegenover mij aan mijn ronde tafel. ‘Ik beloof je dat ik die muur zal gaan gebruiken tijdens onze sessies samen ok? Vandaag zelfs, maar laten we bij het begin beginnen’.

Moeilijkheden in taal

Jade en haar moeder zijn bij mij gekomen met een duidelijke missie. Ze is 11 jaar, heeft ADHD en sinds kort heeft ze ook een dyslexieverklaring gekregen.  Uit de vragenlijst blijkt dat ze zeer waarschijnlijk een beelddenker is. Moeilijkheden worden ondervonden in taal. Spelling is lastig en ook letters worden regelmatig gespiegeld. Verklankingen zoals de ou, au, eu, ui, ij, ei etc. zijn maar moeilijk te onthouden en ook bij het tempo lezen en begrijpend lezen kost het veel energie en frustratie.

Beeldenker of dyslexie

‘Je moet me toch eens vertellen hoor. Uit de informatie die je me hebt gegeven herken ik Jade heel duidelijk als beelddenker maar de problemen zijn net zo goed aan dyslexie toe te schrijven toch? Hoe weet ik nou waar we mee te maken hebben en wat het juiste traject voor haar is? Jade gaat na dit jaar naar de middelbare school…’. Ik hoor de moeder zuchten en ik realiseer me dat zij al zoveel wegen belopen hebben dat ze enigszins sceptisch staan tegenover de Ik leer anders methode.
Ik neem een slok van mijn nog lekker warme thee en leg haar vervolgens uit. ‘Weet je, als ze een beelddenker is, komen we daar vandaag direct achter. Ik zal een paar oefeningetjes met haar doen en dan kom ik aan het einde van deze sessie terug op jouw vraag ok?’ ‘En’ zeg ik, ‘ze heeft nu al veel bijles gehad, wat heeft dat voor een resultaat gegeven?’ Moeder knikt en begrijpt waar ik heen wil. ‘Ja das waar’ zegt ze. Ineens veert Jade op en zegt: ‘Die bijlessen zijn stom, ik kan er nog steeds niks van’. Ik kijk haar met een vriendelijke blik aan. ‘Jij vindt jezelf een dommerd hé? En je zelfvertrouwen kan wel een boost gebruiken!’ ‘Ik begrijp dat het niet leuk is als je steeds maar blijft herhalen en het voor je gevoel niet beter gaat. Dan denk je vast, waarom doe ik dit nou nog? Klopt dat?’‘Jaaaaa….’ Jade zakt in en er lijkt een berusting over haar heen te trekken.

‘Ik hoop dat je er na vandaag anders over denkt want je bent een hartstikke leuke en slimme meid die toevallig wat moeite heeft met taal. Zullen we gaan beginnen?’

Eerste sessie beelddenken

We beginnen met een vragenronde. Ik vraag haar wat ze  gister gegeten heeft. Jade kijkt haar moeder vragend aan en kijkt mij vervolgens vragend aan. ‘Uhm…’ Ik zie haar naar boven kijken en enkele tellen later zegt ze: ‘We hebben andijviestamppot met spekjes gegeten’. Ah chips, dat was nou net niet het antwoord die ik wilde horen en ik bedenk snel iets anders. ‘Wat  heb je dan eergisteren gegeten?’ Ik zie haar weer omhoog kijken en nu geeft ze sneller antwoord. ‘Bloemkool met aardappels en een gehaktbal’. Ha yes, we kunnen verder. ‘Ok en kun je mij vertellen waar op het bord de bloemkool lag? En waar de aardappels en het vlees?’. Jade begint te lachen. ‘Wat een rare vragen zeg’ maar toch geeft ze antwoord. ‘Mijn bloemkool lag links op het bord, ik had 3 aardappels en die lagen rechtsonder op het bord en mijn vlees lag rechtsboven. En er zat nog wat jus op maar die was helemaal uitgelopen over al het eten’.
Zo stel ik nog wat vragen om te kijken waar ze haar informatie heeft opgeslagen. Ik leg het een en ander uit over beelddenken en vervolgens vraag ik haar het alfabet te schrijven. Dan begin ik te zien wat er aan de hand is.

Rommeltje in het hoofd

‘Het is wel een rommeltje in jouw hoofd hé?‘ Ik zie allemaal verschillende letters door elkaar. Kijk maar en ik wijs de letters aan. ‘Alfabetletters, schrijfletters en hoofdletters door elkaar heen’. ‘Ja’ hoor ik Jade zeggen, ‘het is altijd een rommeltje in mijn hoofd’.

‘Zullen we jouw hoofd dan eens gaan opruimen?’ zeg ik tegen haar. ‘Want als jouw hoofd een beetje netter is, kan de informatie ook beter opgenomen worden, begrijp je?’
Zo starten we met het visualiseren van kamers en gaan we ook in gedachten deze volledig opruimen. De bulldozer, stofzuiger en stofdoekjes komen er allemaal aan te pas. Ik zie haar armen verwoed door de lucht gaan en zo geniet ik mee van alle werkzaamheden in haar hoofd. Uiteindelijk na enkele minuten is ze klaar. ‘Zo’ zegt ze, ‘eindelijk klaar’.

Alfabet

Ik laat haar het alfabet zien in 1 en dezelfde letters en spel het rustig voor haar terwijl ze meekijkt.

‘Ok nu mag jij het alfabet overschrijven en je MOET AFKIJKEN’. Ik geef haar een wit vel papier en ze schrijft de letters over op haar papier. ‘Let erop dat het precies hetzelfde is, met de tussenruimtes en in 4 regels. Je moet wel je eigen schrijfletters gebruiken’.
Ik zie dat ze kiest voor de losse schrijfletter en dit is prima.
‘Nu gaan we het alfabet opslaan in je kamer, is het daar nog schoon? Is de muur groot genoeg om het op te schrijven? Ok daar gaan we. Ogen dicht. Ik lees de letters voor en jij schrijft ze op de muur in jouw letterkamer’. ‘A b c d, zie je de letters staan?’. Zo vervolg ik het hele alfabet tot we bij z zijn.

‘Kun je nu vertellen tussen welke letters de -o- staat? En tussen welke letters staat de -r-? Heel goed. Ben je er klaar voor Jade? Staan de letters scherp op de muur? Dan mag je nu het alfabet opnoemen zoals jij het in je hoofd ziet staan mét tussenruimtes en de nieuwe regel, lukt dat?’. Ze knikt en leest zonder moeite het hele alfabet op.

Van voor naar achter en van achter naar voor

Nu terug van Z naar A’. Jade kijkt me verschrikt aan. ‘Dat kan toch niet?’ Lachend kijk ik haar aan. ‘Weet je, je hebt het tot nu toe al zo goed gedaan en zo ontzettend snel dat ik zeker weet dat jou dit lukt’. Ze slikt even, kijkt even kort naar haar moeder die verbijsterd zit te kijken zonder een woord te zeggen. ‘Ok ik ga het proberen’ zegt Jade en ze begint.

Ze benoemt in een sneltreinvaart alle letters van z naar a. Zonder enige twijfel en foutloos. Ze doet haar ogen open en ik hoor haar zeggen: ‘Mam dit is echt fantastisch, dit is zelfs makkelijk. Ik ben niet dom, ik ben een beelddenker!’. Ik kijk haar moeder aan en die is nog iets stiller geworden. ‘Ik heb het meegedaan’ zegt ze ‘maar bij mij duurt dit echt wat langer’.

Woordbeelden

Ik leg hen uit dat als je in beelden denkt niet hoeft na te denken. Als je het alfabet of een woord in zijn geheel opslaat, kun je dit als een plaatje in je hoofd terughalen. Het is opgeslagen als een woordbeeld. Het maakt dus niet uit of je van voor naar achter of van achter naar voor leest, je ziet het! En daarom is het ook zo lastig om woorden te hakken en plakken, een beelddenker moet het hele woord zien.

‘Nu wil ik een woord doen’ zegt Jade enthousiast. ‘Prima’ hoor ik mezelf zeggen. ‘Is er een woord waar je moeite mee hebt of die je steeds verkeerd schrijft? Na vandaag schrijf je die nooit meer verkeerd’. Ik geef haar een knipoog en haar moeder geeft antwoord. ‘Pannestoel in plaats van paddestoel, ik heb dat al zo vaak uitgelegd en voorgedaan maar ze blijft het verkeerd schrijven. Ze hoort ook niet dat het niet klopt’. ‘Nou dan wordt dat het woord’.

Op dezelfde manier als het alfabet laat ik het woord zien.

Ik laat haar het woord overschrijven met afkijken en spel het opnieuw terwijl zij het in haar hoofd op de muur van haar letterkamer schrijft. ‘Staat het goed en duidelijk?’ ‘Yes’ zegt Jade en voordat ik het seintje geeft is ze al begonnen:

IK BEN EEN BEELDDENKER!

Ze doet haar ogen open en de blik tussen haar en haar moeder is onbeschrijflijk. ‘Ik wil dit gaan doen mam, dit kan ik!’
Tevreden kijken we elkaar aan en voordat we deze eerste sessie afsluiten zeg ik tegen Jade: ‘Nu mag je de muur gebruiken, schrijf het woord paddestoel maar op de muur’. Ze schiet omhoog, pakt de rode stift uit het bakje en gaat aan de slag.

Ik voel mezelf warm van binnen worden en glimlach als ik het woord over de hele wand geschreven zie staan. Een antwoord op de vraag beelddenker of dyslexie hoef ik niet meer te geven. Jade heeft zelf geantwoord. Wat een topper. ‘Tot de volgende keer’.